De basis
Wat digitale toegankelijkheid is
Digitale toegankelijkheid betekent dat je website, app of document te gebruiken is door mensen die hem anders bedienen dan met een muis en een gemiddeld scherm. Met een schermlezer die de pagina voorleest, met alleen het toetsenbord, met spraakbediening, sterk ingezoomd, of met de kleuren en lettergroottes van het besturingssysteem aangepast.
Formulieren zijn technisch het lastigste onderdeel van een website, en het onderdeel waar we bij onderzoek de meeste problemen vinden. Juist daar zit het inschrijfformulier, de inlog en het afrekenproces.
Om deze zes groepen gaat het, met wat ze van een website vragen.
- Visueel
- Blind, slechtziend of kleurenblind. Iemand luistert naar de pagina met een schermlezer, zoomt in tot 400%, of heeft tekst nodig die genoeg afsteekt tegen de achtergrond.
- Auditief
- Doof of slechthorend. Een video zonder ondertiteling en een podcast zonder transcript leveren geen enkele informatie op.
- Motorisch
- Een beperkte handfunctie, trillingen of verlamming. De bediening loopt via het toetsenbord, spraak of een aangepaste muis, en knoppen moeten groot genoeg zijn om te raken.
- Cognitief en leren
- Dyslexie, autisme, ADHD, een verstandelijke beperking of geheugenproblemen. Heldere taal, een voorspelbare opbouw en genoeg tijd bepalen of iemand de taak afmaakt.
- Spraak
- Wie niet of moeilijk kan praten, komt er niet als de enige route naar de klantenservice een telefoonnummer is.
- Tijdelijk en situationeel
- Een arm in het gips, een oogontsteking, fel zonlicht op een station of een rijdende trein. Dezelfde eisen helpen ook daar.
De cijfers
Om hoeveel mensen gaat het?
Eurostat vraagt het elk jaar aan de inwoners van de Europese Unie zelf. Over 2024 gaf 23,9% van de mensen van 16 jaar en ouder aan beperkt te zijn in dagelijkse activiteiten door een gezondheidsprobleem. Bijna een kwart dus.
Leeftijd is daarin de sterkste factor: van de 16- tot 24-jarigen is het 7,1%, van de mensen van 85 jaar en ouder 72,3%. Wie een publiek bedient dat ouder wordt, krijgt dus met meer hulpsoftware en meer vergrote tekst te maken dan vijf jaar geleden.
En het gaat om meer dan permanente beperkingen. Wie een arm in het gips heeft, bedient zijn telefoon een paar weken met één hand. Wie in de zon op een station staat, ziet hetzelfde grijs op wit als iemand met beginnende staar. De eisen die daaruit volgen zijn dezelfde.
| Leeftijd | Heeft een beperking |
|---|---|
| 16 tot 24 jaar | 7,1% |
| 16 jaar en ouder | 23,9% |
| 85 jaar en ouder | 72,3% |
Bron: Eurostat, cijfers over 2024 voor de hele Europese Unie. Het gaat om wat mensen zelf opgeven.
Waaraan je het afmeet: WCAG
De standaard heet WCAG, de Web Content Accessibility Guidelines van het W3C. De actuele versie is 2.2, uit 2023, en telt 55 succescriteria op de niveaus A en AA. Dat zijn de niveaus waar de wetgeving naar verwijst. Alle criteria staan onder vier principes.
1. Waarneembaar
2. Bedienbaar
3. Begrijpelijk
4. Robuust
Wil je het verschil tussen WCAG 2.1 en 2.2 uitgewerkt zien, met de negen criteria die in 2.2 zijn bijgekomen en waarom ze er zijn, lees dan hoe je een website digitaal toegankelijk maakt.
Wat de wet van je vraagt
Nederland kent twee regimes. Welke van de twee voor jou geldt hangt af van wat je organisatie is, niet van wat je aanbiedt. Voor je eigen website of app geldt het ene of het andere, nooit allebei.
Ben je overheid? Het BDTO
Het Besluit digitale toegankelijkheid overheid geldt sinds 2018, voor overheidsinstanties en publiekrechtelijke instellingen. Elk digitaal kanaal heeft een eigen toegankelijkheidsverklaring nodig in het Register: de hoofdwebsite, subsites, formulieren, portalen achter een inlog en apps staan er los van elkaar in.
Onder die verklaring hoort onderzoek volgens WCAG-EM, de evaluatiemethode van het W3C. Een rapport telt 36 maanden mee; daarna zakt je status.
Ben je een bedrijf? De EAA
De European Accessibility Act wordt sinds 28 juni 2025 toegepast, voor bedrijven die digitale producten of diensten aan consumenten leveren: webshops, ticketing, bankieren, reizen boeken, e-books en telecom.
Wat de wet verplicht is een toegankelijke website of app, plus informatie over de toegankelijkheid op een aparte pagina van je site. Een onderzoek is geen wettelijke eis; het is de manier om te weten waar je staat. Micro-ondernemingen zijn vrijgesteld voor hun diensten.
Onder allebei ligt EN 301 549, de Europese norm voor toegankelijkheid van ICT. Die verwijst op dit moment naar WCAG 2.1 niveau A en AA, en dat is dus de juridische ondergrens. Wij toetsen aan WCAG 2.2, als extra service boven de geldende norm. De norm gaat trouwens over meer dan je website: ook je klantenondersteuning valt eronder.
Zelf beginnen
Hoe je erachter komt waar je staat
Je hebt geen technische kennis nodig voor een eerste indruk. Deze vier stappen kun je vandaag zetten, in deze volgorde.
Stap 01
Leg je muis weg
Bedien je eigen homepage met alleen de Tab-toets. Kom je bij het menu, bij het zoekveld en bij de knop waarmee iemand iets bestelt of aanvraagt? Zie je steeds waar je bent? De meeste mensen weten dit binnen tien minuten.Stap 02
Zoom in tot 400%
Zet de zoom van je browser op 400%, met Ctrl en + of met Cmd en + op een Mac. Valt er tekst weg, schuiven knoppen over elkaar, of moet je heen en weer schuiven om één zin uit te lezen? Dan loopt een deel van je bezoekers daar elke dag tegenaan.Stap 03
Laat een gratis tool meekijken
Met de WCAG Radar van Proper Access loop je 45 checks langs, waarvan er 28 gratis zijn en zonder account werken. Voor pdf’s is er de pdf-checker. Een tool herkent ongeveer 30% van de succescriteria, dus je ziet hiermee de grofste dingen.Stap 04
Laat de rest met de hand testen
Of een foutmelding echt wordt voorgelezen, of je met alleen het toetsenbord door een bestelproces komt en er ook weer uit, en of een alt-tekst klopt met de foto: daar is een mens voor nodig, met een schermlezer erbij. Moet je het ook kunnen aantonen richting het Register of een toezichthouder, dan hoort daar een toegankelijkheidsonderzoek bij.
Indicatie
Wat een onderzoek kost
De prijs volgt de omvang en de complexiteit van je site, want het werk is handwerk. Een mini-audit levert binnen een paar dagen een eerste beeld op. Een volledig onderzoek begint bij ongeveer € 2.250 voor een eenvoudige site, en de meeste websites vallen in de categorie gemiddeld. Alle bedragen zijn exclusief btw.
Wat de prijs bepaalt is het aantal unieke paginatypes en de hoeveelheid interactie, niet het aantal pagina’s. Een webshop met vijfduizend productpagina’s kan goedkoper uitvallen dan een gemeentesite met veertig formulieren.
De hele lijst, plus zes vragen die je aan elk bureau kunt stellen voordat je een offerte tekent, staat in wat kost een toegankelijkheidsaudit.
| Onderzoek | Indicatieprijs |
|---|---|
| Mini-audit, tot 5 uur | € 495 |
| Eenvoudige website | circa € 2.250 |
| Gemiddelde website | circa € 3.150 |
| Gemiddeld-complexe website | circa € 4.200 |
| Complexe website | circa € 5.100 |

Weten waar jouw website staat?
We doen dit sinds 2019 en we bouwen of beheren zelf geen websites, dus we keuren nooit ons eigen werk. Elk rapport wordt door drie mensen bekeken voordat het de deur uit gaat.
Vraag een offerte aan en je krijgt binnen twee werkdagen een prijs die klopt met het werk. Liever eerst overleggen? Bel of mail, we reageren binnen een werkdag.
Wil je even sparren?
Stuur ons de URL van je organisatie. We mailen je onze visie op wat er moet gebeuren.