Achtergrond wcag

Het toegankelijkheidsregister oogt gezond. Onder de oppervlakte brokkelt het af.

Het dashboard meldt dat 63% van de overheidswebsites voldoet. De vraag naar audits zakt al zeven maanden weg. Onze analyse van 8.268 toegankelijkheidsverklaringen laat zien waarom dat getal gaat dalen.

Het dashboard van DigiToegankelijk meldt dat 63% van de overheidswebsites aan de wet voldoet. Wij analyseerden de 8.268 toegankelijkheidsverklaringen in het register, stand 31 juli 2026. Namen van organisaties laten we weg, die leveren we op verzoek.

Conclusie. Het gunstige beeld op het dashboard klopt alleen zolang overheden op grote schaal onderzoek laten doen in het tempo van 2024 - 2026, en juist die vraag zakt weg nu de politieke druk, het toezicht en de handhaving ontbreken. Blijft dat zo, dan daalt het aandeel dat aan de wet voldoet in onze projectie van 63% naar 54% eind 2028, en verder als het tempo blijft zakken. Zonder hernieuwde interesse om websites en apps te onderzoeken op toegankelijkheid, houdt het model van de toegankelijkheidsverklaring geen stand.

In het kort

  • Het DigiToegankelijk-dashboard meldt dat 63% van de overheidswebsites aan de wet voldoet. Dat getal telt drie statussen samen, over 9.075 sites: een afgerond rapport, een lopend onderzoek, of een site die wordt uitgefaseerd.
  • Van alle 9.075 sites heeft 42% geen enkel rapport: de sites met status C (onderzoek loopt), D (voldoet niet) en E (geen eigenaar, 807 sites zonder claim sinds 2023). Tel je de groene A- en B-verklaringen mee waarvan de onderbouwing niet compleet is, dan mist 49% een geldig, compleet onderzoek.
  • Bij de huidige vraag naar audits gaan bijna alle nieuwe onderzoeken op aan het vervangen van rapporten die verlopen. Websites die nog nooit zijn onderzocht, blijven daardoor liggen.
  • Het aantal nieuwe onderzoeken ligt in 2026 al ruim onder de piek van 2025.
  • Blijft de vraag zo laag als nu, dan zakt de 63% in onze projectie naar 57% eind 2027 en 54% eind 2028, en naar 45% als het tempo verder daalt.
  • Zonder politieke druk houdt het model van de toegankelijkheidsverklaring geen stand.

In het toegankelijkheidsregister staan 1.135 organisaties, samen goed voor 8.268 verklaringen. Dat is gemiddeld 7,3 verklaringen per organisatie; 456 organisaties hebben er maar één. Het toegankelijkheidsregister is de bron van informatie voor het dashboard van DigiToegankelijk, waar je kunt zien hoe het staat met digitale toegankelijkheid bij de overheid. Het dashboard toont vandaag een positief beeld: 63% van alle overheidswebsites voldoet aan de wet. Voldoen aan de wet betekent hier: “de website heeft een toegankelijkheidsrapport of is in afwachting van een rapport of de website wordt uitgefaseerd”. Dat dashboard rekent met 9.075 websites: de 8.268 verklaringen uit het register plus 807 overheidssites die wel bekend zijn, maar waarvan nog geen organisatie heeft bevestigd dat ze van haar zijn. Die 807 noemen we in dit stuk status E.

Achter dit positief beeld hebben 3.803 overheidssites, 42%, geen enkel rapport, waarvan 807 nog niet eens een eigenaar. Nog eens 603 verklaringen zijn niet af, en ruim 2.800 rapporten verlopen tussen nu en eind 2027. Dat is wat de data laat zien.

Daar bovenop komt een zorg die we niet uit de data kunnen halen, maar wel in ons eigen vak zien. Wij verwachten dat de auditcapaciteit afneemt op het moment dat deze golf aankomt. De reden: als de vraag wegvalt, houden bureaus hun opgeleide onderzoekers niet aan, en die capaciteit is later niet snel terug. In de cijfers van het register zien we die afname nog niet, het is een risico dat we vooraf willen benoemen. Deze inschatting baseren we op eigen ervaring en op gesprekken met andere bureaus, niet op een hard cijfer uit het register.

Hoe het register werkt

Elke overheidswebsite en app die onder het Besluit digitale toegankelijkheid overheid valt, hoort een toegankelijkheidsverklaring te hebben. Wil je weten hoe je er zelf een opstelt, dan staan de zes stappen op onze pagina over de toegankelijkheidsverklaring. Die verklaring krijgt een status:

  • A: de site of app voldoet volledig.
  • B: de site of app voldoet gedeeltelijk.
  • C: het onderzoek loopt nog, er zijn eerste maatregelen genomen of de website wordt uitgefaseerd.
  • D: de site voldoet niet.
  • E: geen enkele organisatie heeft de site geclaimd. Er is geen verklaring en geen eigenaar. Het dashboard toont deze sites apart als “verantwoordelijke niet vastgesteld”.

Alleen bij A en B ligt er een onderzoek onder. Bij C en D staat geen enkel rapport in de verklaring, en bij E is er niet eens een verklaring. De verdeling over de 8.268 verklaringen in het register:

Verdeling van de 8.268 verklaringen in het register over de statussen A tot en met D
StatusBetekenisAandeel
AVoldoet volledig10,5%
BVoldoet gedeeltelijk53,2%
COnderzoek loopt5,9%
DVoldoet niet30,3%

Het dashboard rekent niet met deze 8.268, maar met 9.075 websites: de 8.268 plus de 807 uit status E. Zo komt het aan de 63%. Voldoet aan de wet telt A, B en C samen: 5.762 van de 9.075 websites, oftewel 63,5%, afgerond 63%. Daar tegenover staat 27,6% op D, voldoet niet, en 8,9% in status E. Samen zijn dat alle 9.075 websites.

Hoe het dashboard 9.075 overheidswebsites indeelt
Dashboard-categorieWebsitesAandeel
Voldoet aan de wet (A, B en C)5.76263,5%
Voldoet niet (D)2.50627,6%
Verantwoordelijke niet vastgesteld (E)8078,9%
Totaal9.075100%

Horizontale balk met de verdeling van 9.075 overheidswebsites over de statussen A tot en met E. A, B en C samen (63%) tellen als voldoet aan de wet, D is 28% (voldoet niet) en E is 9% (geen eigenaar).

De definitie van “voldoet aan de wet” op het dashboard is ruim. Naast een afgerond rapport telt ook mee: een onderzoek dat nog loopt, en een website die wordt uitgefaseerd. Dat laatste is opvallend. Een site die wordt afgebouwd hoeft niet toegankelijk gemaakt te worden, en telt toch als “voldoet”. Hoeveel verklaringen om die reden meetellen, konden we niet meten. Dat gegeven staat op de losse verklaringpagina’s, niet in het overzicht dat wij hebben geanalyseerd. Maar het is nog een categorie die het groene getal optilt zonder dat er iets toegankelijker wordt.

Een A of B is niet altijd zo compleet als hij lijkt. Bij 603 verklaringen staat de annotatie “onderbouwing ontoereikend”: de verklaring is niet af of niet compleet. Daar kunnen verschillende oorzaken aan ten grondslag liggen, van een onvolledig rapport tot gegevens die niet volledig in de verklaring zijn ingevuld. De meest voorkomende reden is een ontbrekend deelonderzoek. Het gaat om 161 verklaringen met status A, “voldoet volledig”, en 442 met status B, “voldoet gedeeltelijk”.

Die aantekening blijft vaak lang staan. De tabel toont hoelang geleden deze verklaringen voor het laatst zijn gewijzigd, als benadering van hoelang de aantekening er al staat:

Hoelang geleden verklaringen met een ontoereikende onderbouwing voor het laatst zijn gewijzigd
Sinds de laatste wijzigingAantalAandeel
0 tot 3 maanden11219%
3 tot 6 maanden10417%
6 tot 12 maanden12921%
1 tot 1,5 jaar10217%
1,5 tot 2 jaar8614%
2 tot 3 jaar7012%

43% van deze verklaringen is al langer dan een jaar niet aangeraakt, en 12% al langer dan twee jaar. Een onvolledige onderbouwing is dus vaak geen tijdelijke stap op weg naar een complete verklaring, maar een toestand die blijft.

En al die tijd houden deze verklaringen gewoon hun status A of B. Ze tellen dus mee in het totaal en in de 63% van het dashboard, terwijl de onderbouwing niet compleet is. Zo maken 603 gebrekkige verklaringen het beeld positiever dan het werkelijk is.

Belangrijk voor de rest van dit verhaal is de vervaltermijn. Een onderzoek is drie jaar geldig. Het register rekent daarbij met het oudste deelonderzoek onder een verklaring. Zodra dat oudste rapport 36 maanden oud wordt, vervalt de onderbouwing en zakt de verklaring rechtstreeks naar D, of ze nu op A of B stond. Ook een C, waar het onderzoek nog liep, zakt naar D als er niet op tijd een geldig onderzoek ligt. Zonder actueel onderzoek eindigt elke verklaring dus op D. Alleen een nieuw onderzoek zet een verklaring weer omhoog.

Dat nieuwe onderzoek is geen kleine controle. Na drie jaar is een website zo veranderd dat een volledige nieuwe audit nodig is, niet de lichte hertoets waarmee vlak na een rapport wordt gecontroleerd of eerdere bevindingen zijn opgelost. Elke drie jaar begint de audit dus opnieuw. Waar veel onderzoeken tegelijk zijn gedaan, komt drie jaar later ook de nieuwe ronde tegelijk. Dat noemen we in dit stuk de auditgolf.

De cijfers onder de oppervlakte

Ruim vier op de tien sites heeft geen enkel rapport. Opgeteld gaat het om 3.803 sites, 42%: de volledige C- en D-groep, plus de 807 in status E die geen eigenaar hebben. Alleen al 2.506 sites staan op status D, “voldoet niet”.

Bijna de helft heeft geen volledige, geldige onderbouwing. 603 verklaringen met de groene statussen A of B zijn niet compleet en dragen de annotatie ‘onderbouwing ontoereikend’. Tel je D, C, die 603 en de 807 uit status E samen, dan mist 49% van alle 9.075 websites een compleet, geldig onderzoek dat de status onderbouwt. Belangrijk: dit zegt niets over hoe toegankelijk die sites echt zijn. Een verklaring met status B kan honderden fouten hebben en toch aan de wet voldoen, zolang er een rapport onder ligt. Het register meet of er onderzoek is gedaan, niet of een site werkt voor mensen met een beperking. Het dashboard zegt 63% voldoet aan de wet, 27% niet en 9% zonder eigenaar. De werkelijkheid onder de streep ligt daar ruim boven.

De jaarlijkse actualisatie wordt massaal overgeslagen. Een verklaring hoort minstens één keer per twaalf maanden opnieuw te worden gecontroleerd, ook als er inhoudelijk niets verandert. In de praktijk is 44% van alle verklaringen langer dan een jaar niet bijgewerkt. Dat raakt niet alleen de achterblijvers: van de sites die “voldoet volledig” claimen, is meer dan vier op de tien langer dan een jaar niet bevestigd.

Een harde kern staat al jaren stil. 924 verklaringen staan langer dan twee jaar onaangeroerd op status D, “voldoet niet”. Ze zijn verdeeld over 366 organisaties, bijna een op de drie organisaties in het register. Sommige sites zijn sinds 2020 niet meer aangeraakt. Dit zijn websites die al jaren verplicht een geldige verklaring moeten hebben.

De verval-golf versnelt, het aantal onderzoeken daalt

Een onderzoeksrapport is 36 maanden geldig. De datum van het oudste onderzoek bepaalt op de dag af wanneer een verklaring terugzakt: precies 36 maanden later. Als er niets gebeurt, zakken de komende zestien maanden ruim 3.100 verklaringen naar D: ongeveer 2.600 die nu op A of B staan en waarvan de onderbouwing verloopt, en bijna 500 die nu op C staan. Dat komt puur doordat rapporten verlopen, niet doordat websites slechter worden.

Om dat te voorkomen, moet de sector die verklaringen opnieuw onderzoeken. En daar wringt het. Tussen augustus 2026 en eind 2027 verloopt de onderbouwing van 2.833 verklaringen. Bovenop dat werk komt de instroom van nieuwe verklaringen. De totale vraag komt daarmee op ruwweg 4.300 tot 5.500 onderzoeken in anderhalf jaar.

Wat kan de markt leveren? Dit heeft de markt tot nu toe geleverd, geteld naar de datum van elk onderzoeksrapport in het register:

Aantal rapporten in het register per jaar
JaarRapporten in het register
2023947
20242.485
20252.889
2026 (t/m 31 juli)1.037

Staafdiagram van het aantal onderzoeksrapporten in het register per jaar: 2.485 in 2024, 2.889 in 2025 en 1.037 in 2026 tot en met 31 juli. De staaf van 2026 is als deeljaar apart weergegeven.

Het register bestaat sinds 2020, maar door de vervaltermijn verdwijnt een rapport uit beeld zodra het oudste deelonderzoek 36 maanden oud is. Alles wat vóór ongeveer augustus 2023 is getoetst, is dus grotendeels uit het register gerold. Deze tabel toont wat er nú staat, niet hoeveel er ooit is geproduceerd.

De piek ligt in 2025: ongeveer 2.900 onderzoeken. Maar in 2026 zakt het tempo terug naar zo’n 1.900 op jaarbasis, ongeveer 1.000 onderzoeken minder. De 1.037 rapporten na zeven maanden komen neer op dat gedaalde tempo. Een deel van de allerlaatste rapporten stond op onze peildatum, 31 juli 2026, nog niet in de opgehaalde data: er zit vertraging tussen het uitbrengen van een rapport en het verschijnen ervan in het register.

Er komen minder nieuwe verklaringen bij

Het aantal nieuwe verklaringen in de eerste helft van 2026 ligt zelfs 42% lager dan in dezelfde periode van 2025. Dat het aantal nieuwe verklaringen daalt, staat vast in de data.

Waarom het tempo daalt

Waaróm dat tempo daalt, is de vraag. Uit het register zelf valt dat niet af te lezen. Wel uit wat we in het vak zien en horen. De rode draad: de druk om een toegankelijkheidsonderzoek te laten doen, is weggezakt.

  • Er is weinig tot geen politieke druk. Toegankelijkheid stond een paar jaar hoog op de agenda, maar die aandacht is naar andere onderwerpen verschoven.
  • Er is geen toezichthouder die actief handhaaft. De plicht bestaat, maar er is geen partij die een organisatie aanspreekt op een verlopen of ontbrekende verklaring.
  • Er zijn geen boetes en geen strenge controle. Zonder consequentie blijft een verlopen audit zonder gevolg, en dan schuift het onderzoek naar achteren.
  • Andere prioriteiten winnen. Bij krappe budgetten en volle agenda’s verliest een verplichting die niet wordt afgedwongen het van werk dat wél urgent is.

Daar komt onze eigen inschatting bovenop, en dat is een inschatting uit het vak: als de druk wegvalt, verliezen auditbureaus de onderzoekers die ze in de drukke jaren hebben opgeleid. De capaciteit die dan afbrokkelt, is later niet zomaar terug.

Zet vraag en aanbod tegen elkaar af, dan wordt het in elk scenario krap. Zelfs als de piekcapaciteit van 2025 volledig behouden blijft, is er nauwelijks ruimte. Blijft het tempo op dat van 2026, dan ontstaat een tekort van grofweg 1.600 tot 2.150 onderzoeken. Als onze inschatting klopt en de capaciteit verder afbrokkelt, is dat precies de capaciteit die in 2027 nodig is.

Wat gebeurt er dan met die 63%?

Terug naar het gunstige getal van het dashboard. Die 63% is het aandeel dat aan de wet voldoet: A, B en C samen, van alle 9.075 websites. Het verval ligt vast, en de vraag zoals die in 2026 loopt kunnen we doortrekken. Daarmee laat zich dat percentage voor de komende jaren doorrekenen. Het hangt niet af van wat de markt kán leveren, maar van hoeveel onderzoek organisaties laten doen. Blijft die vraag zo laag als nu, dan zijn de cijfers hieronder onze projectie van wat het dashboard de komende jaren laat zien.

Blijven we op het tempo van 2026, dan zakt het aandeel dat aan de wet voldoet van 63% naar 57% eind 2027 en 54% eind 2028. Blijft het tempo dalen zoals het nu doet, dan gaat het richting 54% en 45%. En de andere kant op: pas als het aantal audits terugkeert naar wat de vraag vereist, ruwweg 3.200 per jaar, klimt het getal weer, naar 77% of hoger.

Projectie van het aandeel dat aan de wet voldoet, bij vier tempo's van nieuwe audits
Tempo van nieuwe auditseind 2026eind 2027eind 2028
Huidig tempo, ongeveer 1.900 per jaar62%57%54%
Tempo blijft dalen zoals nu61%54%45%
Terug naar het niveau van 2025, ongeveer 2.90066%71%77%
Genoeg om de vraag bij te houden, ongeveer 3.20067%75%84%

Lijndiagram met vier scenario’s voor het aandeel overheidswebsites dat aan de wet voldoet, van nu (63%) tot eind 2028. Bij het huidige tempo zakt het naar 54%, bij een verder dalend tempo naar 45%. Keert de vraag terug naar het niveau van 2025 dan klimt het naar 77%, en met genoeg audits om de vraag bij te houden naar 84%.

Waarom het getal zakt, is niet dat websites slechter worden. Bij het huidige tempo gaan de nieuwe audits vrijwel volledig op aan het vervangen van verlopende rapporten. Tussen nu en eind 2028 verlopen er ongeveer 4.700 rapporten, en de markt produceert er in dit tempo ongeveer 4.600. Die twee heffen elkaar bijna op, en er blijft niets over om de achterstand of de nieuwe sites mee te bedienen. De markt levert dan wel onderzoeken, maar komt niet verder dan het vervangen van wat verloopt.

Maar dat tempo houdt geen stand. Het aantal onderzoeken ligt in 2026 al ruim lager dan in 2025. Zakt het verder, dan vervangt de markt niet eens meer wat er verloopt, en begint ook B te dalen. Zo verschuift de verdeling over de vijf statussen, zonder dat iemand de regels overtreedt:

Projectie per status: aantal websites vandaag en eind 2028
StatusVandaagEind 2028, huidig tempoEind 2028, tempo daalt
A voldoet volledig872~855~700
B voldoet gedeeltelijk4.400~4.316~3.540
C onderzoek loopt490~490~490
D voldoet niet2.506~4.056~4.990
E verantwoordelijke niet vastgesteld807~807~807
Totaal9.075~10.525~10.525
Voldoet aan de wet (A, B en C)63%54%45%

Twee dingen halen het percentage naar beneden: het aantal overheidssites groeit door, dus de noemer wordt groter, en elke nieuwe site zonder rapport belandt op D. In het milde geval blijft B vrijwel gelijk en klimt D van 2.506 naar ruim 4.000. Daalt het tempo, dan zakt B mee en loopt D op naar bijna 5.000, bijna de helft van alle sites.

Één status verdient aparte aandacht: E. Die bestaat al sinds 2023, toen alle organisaties inventarisatielijsten kregen om te bevestigen welke websites van hen zijn. Dat er bijna drie jaar later nog 807 sites zonder eigenaar zijn, is op zichzelf al een probleem. Als burger mag je verwachten dat die lijst eind 2028 leeg is, niet dat er nog 900 sites op staan. Dat verbetert de cijfers alleen niet. Een geclaimde site zonder rapport is per definitie D. Worden die 807 alsnog geclaimd, dan verdwijnen ze niet, ze verschijnen als “voldoet niet”. D klimt dan van 39% naar 46%, en bij een dalend tempo nog hoger. De 807 zijn dus geen milde restcategorie die vanzelf oplost. Het is verstopt niet-voldoen.

Het verschil tussen 57% en 75% eind 2027 is dus geen kwestie van toegankelijkere websites. Het is puur een kwestie van hoeveel onderzoeken er besteld worden. En dat is een kwestie van politieke aandacht.

Deze projectie rust op een paar aannames, en die horen erbij. Het verval volgt de vaste regel van het oudste rapport plus 36 maanden. Elke geproduceerde audit levert één geldig rapport op, verdeeld over A en B in de verhouding van nu. Het register groeit door met ongeveer 50 sites per maand, het tempo van nu. En status E houden we constant op 807: zolang de druk om te claimen wegblijft, blijft die groep staan, en lost hij wel op, dan schuift hij naar D.

Het groene getal is een keuze

Het dashboard toont vandaag 63%, en dat getal oogt als een stand van zaken. Het meet iets anders dan het lijkt: niet hoe toegankelijk de overheid is, maar hoeveel onderzoek er de afgelopen drie jaar is besteld. De verval-golf komt hoe dan ook, want de vervaldatums liggen al vast. Of het register die golf bijhoudt, hangt af van één vraag: blijven overheden onderzoek bestellen op het tempo van de drukke jaren? Doen ze dat niet, dan staat er eind 2027 in onze projectie geen 63% meer, maar 57%. Niemand hoeft daar iets fout voor te doen. Het zakt vanzelf, stil, terwijl de cijfers op het dashboard geruststellend blijven ogen.

Dezelfde rekensom werkt ook de andere kant op. Keert de vraag naar audits terug naar het niveau van een paar jaar terug, dan klimt het getal weer naar 77% of hoger. De uitkomst ligt dus niet vast in de markt, maar in de keuze om de vraag weer op gang te brengen. Het model van de toegankelijkheidsverklaring houdt geen stand zonder die druk. Wie wil dat het groene getal iets blijft betekenen, zal het onderzoek weer moeten bestellen.

Related Posts

Voor wie is digitale toegankelijkheid verplicht?

Digitale toegankelijkheid is in Nederland inmiddels voor een groot deel van de organisaties verplicht. Welke wet voor jou geldt, hangt af van het type organisatie.

Wat is digitale toegankelijkheid?

Digitale toegankelijkheid betekent dat je website, app of digitale dienst bruikbaar is voor iedereen. Ook voor mensen die blind zijn, slechtziend, doof, motorisch beperkt of een cognitieve beperking hebben.

Digitale toegankelijkheid overheid

Wie moet voldoen aan het Besluit digitale toegankelijkheid overheid? Alle overheidsinstanties en publiekrechtelijke instellingen in Nederland. Gemeenten, provincies, waterschappen, ministeries en uitvoeringsorganisaties. De plicht geldt sinds 2018. Of een instelling publiekrechtelijk is, hangt af van hoe ze is opgericht en gefinancierd, niet van de vraag of ze een publieke taak uitvoert. Twijfel je of jouw organisatie eronder valt, dan kijken we in de kennismaking met je mee.