Voor webshops is de ACM de toezichthouder op de European Accessibility Act. Voor banken, verzekeraars, kredietaanbieders, betaaldiensten en beleggingsondernemingen is dat de Autoriteit Financiële Markten (AFM). De AFM schrijft sinds april 2025 EAA-updates voor de sector, korte publicaties van twee tot vier pagina’s. Ik heb ze alle drie gelezen. Dit is wat erin staat, met de letterlijke tekst waar het ertoe doet.
Update 1, april 2025: dit verwacht de AFM per 28 juni 2025
De eerste update (PDF op afm.nl) verscheen twee maanden voordat de EAA ging gelden. De AFM schrijft daarin voor wie ze toezichthouder is: bankdiensten aan consumenten, dus kredietovereenkomsten, beleggingsdiensten, betalingsdiensten, elektronisch geld en betaalrekeningen, en daarnaast financiële e-handelsdiensten, financiële diensten die je via internet aanbiedt. Als voorbeelden noemt ze grootbanken en verzekeraars, maar ook aanbieders van achteraf betalen, neobrokers, crowdfundingplatformen en ketens die hypotheken verkopen.
De verwachtingen per 28 juni 2025 staan in drie groepen. Je organisatie is voorbereid: je kent de voorschriften, je hebt een gap-analyse gemaakt en je bouwt expertise op. Je dienstverlening is toegankelijk: “Uw online omgeving is robuust, bedienbaar, begrijpelijk en waarneembaar (WCAG)”, plus de meldplicht en een informatiedocument op je website. En je borgt de naleving: beleid, monitoring en evaluatie.
Wat mij opviel: de AFM noemt in deze eerste update al de gap-analyse als eerste stap, en komt daar in update 2 op terug omdat veel partijen die overslaan.
Update 2, november 2025: de meldplicht en wat de AFM in de markt zag
De tweede update (PDF op afm.nl) begint met een oproep om zelf uit te zoeken of je onder de EAA valt. De AFM noemt extra voorbeelden van financiële e-handelsdiensten: cryptoplatformen voor elektronisch geld, online verzekeringsaanbieders, crowdfundingplatformen, online advies- en bemiddelingsdiensten, beheerders van beleggingsinstellingen en aanbieders van beleggingsobjecten. De lijst is volgens de AFM niet volledig.
Dan de meldplicht. Financiële ondernemingen moeten bij de AFM melden wanneer ze niet aan de toegankelijkheidseisen voldoen, of wanneer ze een beroep doen op een uitzondering zoals onevenredige last. Dat gaat via het AFM Portaal. De AFM onderscheidt vier niveaus van impact op de consument: kritiek, serieus, matig en klein. Letterlijk:
“Toegankelijkheidsproblemen die een kritieke of serieuze impact op de consument hebben, moeten binnen een week na constatering worden gemeld bij de AFM. Als de impact matig of klein is, geldt een termijn van een maand.”
In de eerste melding mag je meerdere gevallen combineren, gegroepeerd per niveau van impact. Nieuwe incidenten daarna meld je opnieuw.
De AFM deed begin 2025 ook een verkennend onderzoek, met interviews bij financiële ondernemingen van verschillende omvang. Vier observaties: organisaties die ver zijn, hebben toegankelijkheid als strategische KPI benoemd; zonder gap-analyse onderschatten partijen de omvang en de kosten; de juiste expertise en tools voor continue monitoring ontbreken vaak nog; en de integratie in besluitvorming blijft achter. Voor 2026 verwacht de AFM “een proactieve houding: meld non-conformiteit, geef aan welke stappen u zet, en borg toegankelijkheid structureel in uw organisatie.”
Update 3, april 2026: nalevingsonderzoek en een concrete melding
De derde update (PDF op afm.nl) is de update die de meeste financiële instellingen in beweging heeft gebracht. De AFM kondigt aan:
“In het komende kwartaal voert de AFM een nalevingsonderzoek uit naar de digitale toegankelijkheid van financiële ondernemingen. Daarbij toetsen we in hoeverre websites van ondernemingen voldoen aan de WCAG-criteria, met specifieke aandacht voor de niveau-A-criteria. We richten ons op sectoren en diensten die door consumenten het meest worden gebruikt.”
Over die aandacht voor niveau A is verwarring mogelijk, dus dit is wat er precies staat. De AFM verwacht dat ondernemingen prioriteit geven aan de niveau-A-criteria, en schrijft daarna: “Wij verwachten ook dat ondernemingen in staat zijn om te voldoen aan niveau AA van de WCAG-criteria.” De norm blijft dus niveau AA; niveau A is waar de AFM in het onderzoek als eerste naar kijkt. Vier criteria noemt ze de non-interferentiecriteria, en die kwalificeren altijd als kritiek, omdat een fout daarin de hele website onbruikbaar kan maken of fysieke reacties kan veroorzaken:
- Geluidsbediening (1.4.2)
- Geen toetsenbordval (2.1.2)
- Pauzeren, stoppen, verbergen (2.2.2)
- Drie flitsen of beneden drempelwaarde (2.3.1)
De AFM verwijst ook naar WCAG 2.2: “Werk daarom nu al toe naar deze eisen, zodat u goed voorbereid bent op de toekomstige verplichtingen.” Wij toetsen al aan WCAG 2.2, en dit is de eerste keer dat ik een Nederlandse toezichthouder dat zo expliciet zie aanraden.
Over borging schrijft de AFM dat een toegankelijkheidsaudit helpt “om knelpunten, risico’s en overtredingen van de toegankelijkheidsvereisten in kaart te brengen” en “de basis vormt voor gerichte verbeterstappen”. Daarna vraagt ze vaste richtlijnen, periodieke controles, duidelijke verantwoordelijkheden, een klachtenprocedure voor consumenten met een beperking, en het betrekken van mensen met een beperking bij ontwerp en testen.
Zes vragen voor een concrete melding
Het tweede deel van update 3 gaat over de kwaliteit van de meldingen. De AFM ziet dat veel partijen zich hebben gemeld, maar: “Toch valt ons op dat de meldingen niet altijd concreet worden ingevuld. Wij kunnen dan niet goed beoordelen wat de toegankelijkheidsproblemen precies zijn en waar deze zich bevinden.” Daarom geeft ze per vraag uit het meldformulier een instructie en een voorbeeld.
- Voor welk deel van de dienstverlening geldt de melding? Noem de handelsnaam, en niet alleen “hypotheken” maar het onderdeel: website, app, documenten, e-mails of fysieke producten, en de functie voor de consument. Het voorbeeld van de AFM: de functie “Document uploaden” in het klantportaal.
- Op welke wijze voldoet de dienst niet? Noem de WCAG-criteria, en bij een app of het om iOS of Android gaat. Voorbeeld: criterium 2.1.1, de uploadknop is niet bereikbaar met het toetsenbord.
- Hoeveel consumenten worden geraakt? Het aantal bezoekers of gebruikers, ook wie nog geen klant is.
- Wat is de impact? Als richtlijn: een niveau-A-criterium heeft een serieuze of kritieke impact, een niveau-AA-criterium een matige of kleine.
- Welke maatregelen tref je? Concreet, met de afdelingen erbij en de manier waarop het blijvend wordt geborgd.
- Is er een gelijkwaardig toegankelijk alternatief? Hier is de AFM scherp: “Wij zien dat ondernemingen bijvoorbeeld aangeven dat klanten naar een fysiek kantoor kunnen komen als alternatieve oplossing. Dit is geen gelijkwaardig alternatief voor mensen met een beperking.”
Wat ik daaruit lees: de AFM wil per bevinding weten waar het zit, welk criterium, hoe zwaar, en wat je eraan doet. Dat is precies de informatie die in een rapport per component staat, en niet in een scanrapport met een lijst WCAG-codes.
Wat verder op de themapagina staat
Naast de updates heeft de AFM een themapagina over toegankelijkheid van dienstverlening met vragen en antwoorden. Een paar antwoorden die je in WCAG niet vindt: informatie moet op minimaal twee manieren worden aangeboden, de helpdesk en het callcenter moeten toegankelijk zijn, identificatie, betalen en elektronisch ondertekenen moeten aan de vier principes voldoen, en informatie over bankdiensten mag maximaal taalniveau B2 hebben. Alles wat een klant nodig heeft om de dienst te gebruiken valt eronder, ook de klantovereenkomst en het e-mailverkeer. Een PDF die je verplicht op een duurzame drager verstrekt, moet zelf toegankelijk zijn. Dienstverlening aan zakelijke klanten valt buiten de EAA, maar een zzp’er die privé een dienst afneemt is consument.
Stand van dit artikel: 8 september 2026. Publiceert de AFM een vierde update, dan werk ik dit bij.
Wat betekent dit voor jouw organisatie?
Val je onder het toezicht van de AFM, dan is de vraag niet meer of je moet voldoen, maar of je weet waar je staat en of je melding concreet genoeg is. Op onze pagina voor financiële instellingen staat wat we toetsen, wat een audit kost en hoe het rapport aansluit op de zes vragen van het meldformulier.



